De Kronieken van
Vloedmark
Het water staat hoger dan de daken. Alleen ijzer, stoom en koppigheid houden de zee nog buiten.
I · Het Land
Onder de zeespiegel
waar de golven hoger staan dan de daken
Vloedmark ligt lager dan de zee die er dag en nacht tegenaan drukt. Het is geen land dat de goden hebben geschonken; het is een land dat mensen aan het water hebben ontstolen, dijk voor dijk, pomp voor pomp. Wie hier woont, weet het bij elke storm opnieuw: er is niets tussen hem en de verdrinking dan ijzer, stoom, en de koppige wil om niet te wijken.
Aan de ene kant van de dijk staat het water — grijs, geduldig, altijd stijgend. Aan de andere kant het land — lager, drukker, en vol met de rook van de machines die het droog moeten houden. Die grens is geen landschap. Het is een wapenstilstand, en iedereen weet dat wapenstilstanden aflopen.
II · De Ademmolens
De longen van het land
Verspreid over de dijken staan ze: stoommachines zo groot als kerken, die water uit het land pompen en het over de dijk de zee in braken. Men noemt ze de Ademmolens, want zolang zij ademen, leeft Vloedmark. Vallen ze stil, dan komt het water — en het water heeft geen haast, want het weet dat het altijd wint als niemand hem tegenhoudt.
Wie ze bouwt en onderhoudt heeft macht — meer macht dan menig edelman. De molenmeesters spreken zacht en worden luid gehoord. Een stad kan een vorst overleven; geen enkele stad overleeft een molen die weigert te draaien.
III · De Barrière
Land en Water
gescheiden door een muur die nooit mag wijken
De dijk is de ruggengraat van Vloedmark. Aan de zeezijde: het geklonken ijzer, de sluizen, het geduldige stijgen van het getij. Aan de landzijde: alles wat mensen hebben opgebouwd in de wetenschap dat het elk moment weg kan spoelen. Wie de dijk beheert, beheert het leven — en wie de dijk laat breken, hoeft geen leger.
Achter de laatste dijken ligt het Verdronken Land: de moerassen en zoutvlaktes die men aan het water heeft teruggegeven. Daar staan de ruïnes van wat er vóór ons was, en daar leeft het wild dat niemand meer tegenhoudt. Het gilde van het Veerkabinet betaalt goed voor wie de beesten levend terugbrengt — en op zee heerst de Getijcompagnie, met een eigen vloot, eigen soldaten en een eigen opvatting over wat wetten zijn.
De Ademmolens
Raderwerk & Rook
De machines die het land laten ademen — en de meesters die bepalen wanneer.
Het Veerkabinet
Wild & Wonder
Jagers en tekenaars die het onbekende uit het Verdronken Land halen — levend, als het kan.
De Getijcompagnie
Zee & Schaduw
Eigen vloot, eigen soldaten, eigen wetten. De horizon is van haar.
“Magie bestaat. Maar ze is oud en onvoorspelbaar — en er zijn tegenwoordig mensen die vinden dat een goede machine betrouwbaarder is dan een goede tovenaar. Die twee werelden liggen met elkaar overhoop.”
— uit de aantekeningen van een molenmeesterV · De Spelende Raaf
Waar de verhalen beginnen
op de plek waar de weg ophoudt fatsoenlijk te zijn
In de havenwijk, in de schaduw van de dijk, staat een herberg met een raaf op het uithangbord. Achter de tap staat Wies Kolk, die alles hoort en weinig zegt. Boven de haard hangt het prikbord, waar briefjes op gespijkerd worden voor wie werk zoekt en geen vragen stelt. Het hangt er nu leeg — dat blijft niet zo.
Aan de lange tafel zit Nel Riet, die tekent wat er in de kwelder leeft en de geulen bij naam kent. En soms Kwartiermeester Doreth Sluis, die niet komt drinken maar kijken. Bij de haard zit elke avond een oude man die niemand voorstelt en die iedereen lijkt te kennen — hij heeft nog geen naam gegeven.
Zes vreemden kwamen hier bij elkaar en zijn sindsdien niet meer van elkaar afgekomen. Een ontsnapte waterrat brak de avond open, en voor het bier op was liepen ze al achter een gids aan naar de kelders van een oud peilhuis — waar iets leeft dat daar niet hoort. Zo gaat dat hier. In een land dat elke nacht opnieuw drooggehouden moet worden, begint alles met één simpele vraag: waarom zit jij daar vanavond?
Er staat een stoel leeg
In de havenwijk, in de schaduw van de dijk, brandt licht in De Spelende Raaf. Er wordt gedronken, gedobbeld en gefluisterd over werk dat geen vragen verdraagt. Ergens aan die tafel is een plek nog niet ingenomen — wie weet is die van jou.